Met twee gelijke driehoeken kun je een parallellogram maken.
Knip de twee gelijke driehoeken op het werkblad uit en leg die tot een parallellogram.
Bereken de oppervlakte van de driehoeken. Gebruik a.
Op het werkblad is drie keer een driehoek getekend, tussen twee evenwijdige lijnen die een afstand van 2 cm tot elkaar hebben. Het punt beweegt over de bovenste lijn en en vast op de onderste lijn met .
Teken op het werkblad in elk van de gevallen het punt (rechts van ) op de bovenste lijn zó, dat een parallellogram is.
Wat is de oppervlakte van de parallellogrammen ?
En van de driehoeken ?
Van driehoek is cm en de afstand van tot lijn is 3 cm; zie plaatje.
Bereken de oppervlakte van driehoek .
De oppervlakte van een driehoek bepaal je zo.
Kies een zijde: die noemen we de basis, de afstand
tot de tegenoverliggende zijde is
de bijbehorende hoogte van het parallellogram.
De oppervlakte is dan basis hoogte.
De hoogte hangt dus af van je keuze van de basis.
De gegevens staan in het plaatje.
Bereken de oppervlakte van driehoek .
Eén van de andere zijden van de driehoek kun je nu ook berekenen.
Doe dat.
Op het werkblad is een driehoek getekend.
Vermenigvuldig de driehoek vanuit met de factor 2.
Laat met een tekening zien dat de beelddriehoek een vier keer zo grote oppervlakte heeft als het origineel.
Om extra te oefenen met het berekenen van oppervlaktes van driehoeken, kun je de volgende digitale mini-loco's spelen.
•
Mini-loco oppervlakte driehoeken (eenvoudige versie)
•
Mini-loco oppervlakte driehoeken (moeilijkere versie)
Mini-loco oppervlakte driehoeken (6×6 eenvoudig)
|
Mini-loco oppervlakte driehoeken (5×5 moeilijker)
|