De gravitatieput is een trechter waarin je een munt kunt
laten ronddraaien. De munt zal in een spiraal naar het
midden rollen om ten slotte in het gat in het midden te
verdwijnen.
Nevenstaande foto en onderstaande tekst komen van
Technopolis in Mechelen.
Het muntje wordt net-niet-evenwijdig met de bovenrand van de
put gelanceerd, zodat het een naar binnen spiraliserende baan
beschrijft. Uiteindelijk, na een opmerkelijk lange tijd, valt het
muntje in het gat onderin de put.
De put heet gravitatieput omdat de baan van het muntje goed
vergelijkbaar is met de baan van een komeet of een ander stuk
ruimtegruis dat naar de Zon toevalt. Ook dat zal in steeds kleinere
kringen om de Zon heen spiralen, om uiteindelijk verzwolgen te
worden. In een nog extremere vorm is dit ook de baan van een
ster die in een zwart gat gezogen wordt. De baan van de komeet
naar de Zon en van de ster naar het zwarte gat zijn uiteindelijk
allebei toepassingen van de wet van de zwaartekracht, ook wel de
wet van de gravitatie genaamd. De baan van het muntje is ook
een toepassing van die gravitatie: het gaat steeds dieper de put
in door de aantrekkingskracht van de Aarde.
Het muntje beweegt steeds sneller. Of lijkt het alleen maar zo,
omdat de kringen die het beschrijft steeds kleiner worden?
Wat is de vorm van de gravitatieput? Welke grafiek moet
je om de -as wentelen om de gravitatieput te krijgen?
![]() |
![]() |
Stel dat de ronddraaiende munt zich in het punt bevindt; noem de hellingshoek aldaar . Er werken twee krachten op de munt:
de verticale zwaartekracht: ,
de horizontale middelpuntvliedende kracht:
Hierbij is de massa van de munt in kg,
de snelheid van de munt in m/s en
de gravitatieconstante.
Als we willen dat het muntje op elke hoogte perfecte horizontale
cirkels gaat draaien, moeten de componenten
van beide krachten langs de raaklijn in het punt tegengesteld
zijn.
Leg uit dat daarvoor moet gelden:
Leg uit dat hieruit volgt: .
Als de munt in een horizontale baan draait en dus niet naar beneden spiraalt, is de snelheid constant.
Ken je een functie waarvoor de formule in b geldt?
De formule in onderdeel b is een zogenaamde differentiaalvergelijking.
De formule geeft een verband tussen
de functie
en zijn afgeleide .
Over dergelijke verbanden gaat dit hoofdstuk.
De functie in onderdeel c heet een oplossing van de differentiaalvergelijking.
In de gravitatieput krijgt het muntje niet een horizontale
beginsnelheid, maar is die iets naar beneden gericht.
Daardoor zal het muntje niet in een horizontale cirkelbaan
bewegen, maar zal het steeds lager komen. Daarbij
neemt de snelheid van het muntje toe; het valt immers
naar de aarde. Dus is niet constant. De differentiaalvergelijking
wordt dan ingewikkelder.