Experiment
Steek twee punaises door een karton op een afstand van
ongeveer cm. Leg het karton op tafel, met de punten
van de punaises omhoog.
Schuif een geodriehoek met de rechte hoek tussen de punaises. Laat de geodriehoek alle mogelijke posities innemen. Let op de baan die het hoekpunt bij de rechte hoek daarbij beschrijft.
Schuif een geodriehoek met een hoek van tussen de punaises. Laat de geodriehoek weer alle mogelijke posities innemen. Let op de baan die het hoekpunt bij de hoek van daarbij beschrijft.
De volgende stelling is ook te vinden in 4V deel 1 wiskunde b.
Stelling van Thales
Van een cirkel met middelpunt is een middellijn.
Verder is er een punt , verschillend van
en .
Bewijs: als op de cirkel ligt, dan is .
Bewijs: als, dan ligt op de cirkel.
De stelling in opgave 68a wordt toegeschreven aan Thales van Milete
(Milete was in de oudheid een Griekse stad in Klein Azië, tegenwoordig Turkije, ongeveer 80 km zuidelijk
van Izmir).
Thales is een
van de legendarische oude wijzen, een filosoof die als koopman in aanraking
kwam met de Egyptische en Babylonische meetkunde van zijn
tijd. Bij hem laat men in het algemeen de Griekse wetenschap beginnen.
Er zijn allerlei anekdotes over hem in omloop. Zo zou Thales als
eerste een zonsverduistering hebben voorspeld. Maar weinig is met zekerheid
over hem bekend.
en zijn hoogtelijnen in driehoek . is het midden van zijde .
Bewijs dat en even ver van afliggen.
Gegeven is driehoek . Bekijk de cirkels met middellijnen en . Die snijden elkaar behalve in nog in een tweede punt: .
Bewijs dat op de zijde ligt.
is een parallellogram.
Teken de loodlijnen uit op
de zijden en ;
teken de loodlijnen uit op de zijden
en .
Bewijs dat de voetpunten van de loodlijnen de hoekpunten van een rechthoek zijn.
Terminologie
en
zijn twee punten van een cirkel. Hiernaast is
boog gekleurd.
Eigenlijk zijn er twee bogen . Die vullen elkaar aan tot
de hele cirkel.
Tegenover boog is er een punt P op de cirkel gekozen.
We zeggen dat hoek staat op de boog .
Het is duidelijk dat, hoe groter de boog, des te groter de hoek is die op de boog staat. Als de hoek bijna is, is de booglengte ook bijna .
Wat weet je van de boog als de hoek is
Hoe zit het als de hoek is?
We bekijken enkele speciale gevallen. In de opvolgende plaatjes is de cirkel verdeeld in , , en even lange bogen.
Hoe groot is in elk van deze gevallen?
Hoe groot is in elk van deze gevallen?
Bij deze speciale gevallen was er iets moois aan de
hand: .
Iets dergelijks geldt algemeen. De grootte van een hoek
hangt alleen af van de boog waarop hij staat! Deze
stelling is centraal in de theorie over hoeken en bogen.
We gaan hem bewijzen.
Gegeven is een boog van een cirkel met middelpunt
.
is een punt, ongelijk aan
en .
Als op de cirkel ligt, tegenover boog , dan geldt:
.
Om dit te bewijzen, onderscheiden we drie gevallen.
Bewijs de stelling als zo ligt dat op AP ligt.
Bewijs de stelling als zo ligt dat binnen driehoek ligt.
Bewijs de stelling als zo ligt dat buiten driehoek ligt.
Omkering van de stelling van de omtrekshoek
Gegeven is een boog van een cirkel met middelpunt
.
is een punt, aan de kant van de lijn waar boog
niet ligt. (Dat is in het plaatje de kant "boven" de lijn
.)
Stel dat buiten de cirkel ligt.
Bewijs dat dan .
Stel dat binnen de cirkel ligt.
Bewijs dat dan .
is een regelmatige vijfhoek.
Bewijs dat .
Laat zien dat de stelling van Thales een speciaal geval is van de stelling van de omtrekshoek.
,
en
zijn punten op de cirkel met middelpunt
.
We zeggen dat hoek op boog
staat.
Er geldt:
.
Omgekeerd geldt:
als buiten de cirkel ligt, dan:
.
als binnen de cirkel ligt, dan:
.
, , en liggen op een cirkel zo dat .
Bewijs dat boog en boog even lang zijn.
Twee lijnen snijden elkaar loodrecht binnen een cirkel. De snijpunten verdelen de cirkelomtrek in vier stukken.
Bewijs dat de twee tegenover elkaar liggende stukken samen de helft van de cirkelomtrek zijn.
Bekijk het grensgeval dat de lijnen elkaar niet binnen de cirkel loodrecht snijden, maar op de cirkelrand.
Leg uit dat je daarmee opnieuw de (omgekeerde) stelling van Thales hebt bewezen.
is een gelijkbenige driehoek met tophoek . ligt op boog van de omgeschreven cirkel, tegenover .
Bewijs dat bissectrice is van hoek .
Gegeven is driehoek met zijn omgeschreven cirkel. De middelloodlijn van snijdt de cirkel in het punt , tegenover .
Bewijs dat bissectrice is van hoek .
Twee cirkels met gelijke straal snijden elkaar in de punten en . Een lijn door snijdt de ene cirkel ook nog in en de andere ook nog in .
Bewijs dat en even ver van punt afliggen.
Gegeven zijn drie punten , en die niet op een rechte lijn liggen.
Teken alle punten , zo dat .
Gegeven is een cirkel met middelpunt .
De lijn raakt in
het punt aan de cirkel.
is een ander punt van de cirkel.
De hoek die maakt met de koorde noemen
α.
Bewijs dat .
Je kunt de situatie in opgave 84 als volgt zien als limietgeval
van de stelling van de omtrekshoek.
Benader het punt
met een rij punten op een cirkel.
Er geldt:
nadert willekeurig dicht tot α,
nadert willekeurig dicht tot ,
voor elke .
Dus .
Gegeven een koorde van een cirkel en de raaklijn in
een eindpunt van de koorde.
De hoek tussen raaklijn en koorde is de helft van de
boog waarop de koorde staat.
We kunnen de hoek tussen de raaklijn in en de koorde
dus beschouwen als een omtrekshoek die staat op de
boog . De stelling van de omtrekshoek geldt dus ook
voor deze situatie.
We zullen hieraan refereren als het limietgeval.
Driehoek heeft hoeken van , en . In de hoekpunten worden de raaklijnen aan de omgeschreven cirkel getekend. Die sluiten een driehoek in.
Bereken de hoeken van die driehoek.
Driehoek heeft hoeken van , en . De bissectrices van de hoeken snijden de omgeschreven cirkel in de punten , en .
Bereken de hoeken van driehoek .
Van een vierkant is A een hoekpunt en zijn M, N en P middens van zijden. In het vierkant is de ingeschreven cirkel getekend. Er zijn twee lijnen getekend. De ene lijn gaat door A en M; de andere gaat door P en is evenwijdig aan de eerste lijn. De lijnen snijden twee bogen van de cirkel af; die zijn in de figuur gekleurd.
Bewijs dat die bogen even lang zijn.
Vlinderstelling
De vier punten
,
,
en
liggen in deze volgorde op
een cirkel. Trek de lijnen
,
,
en
Dan ontstaat
een "vlinder"-figuur, bestaande uit twee driehoeken.
![]() |
![]() |
Bewijs dat deze driehoeken gelijkvormig zijn.
Twee cirkels snijden elkaar in de punten en .
Het punt
beweegt over de ene cirkel.
De lijn door en snijdt
de andere cirkel in .
We bekijken de driehoek .
Hieronder zijn deze driehoeken getekend voor twee
verschillende posities van .
Bewijs dat de driehoeken gelijkvormig zijn.