Rekenen met complexe getallen kent vele toepassingen.
In veel gevallen werk je met complexe e-machten en
moet je complex differentiëren. Wiskundig gezien is dit
niet eenvoudig. Een toepassingsgebied waarbij je minder
theorie over complexe getallen nodig hebt, is de meetkunde.
Eerst even het volgende. Af en toe komt het ons goed uit
een complex getal als vector (pijl) te beschouwen.
Het getal (met
en
reëel, vatten we op als de vector die een verplaatsing van eenheden in de ‘reële’
richting en eenheden in de ‘imaginaire’ richting aangeeft.
(In de
getekende situatie is negatief en postitief).
Wat we in de analytische meetkunde met vectoren, parametervoorstellingen enzovoort gedaan hebben, kunnen we kopiëren naar de complexe getallen.
In het vervolg kun je zien hoe dat gaat.
We noteren het punt horend bij het complexe getal met .
en zijn twee getallen in het complexe vlak.
Welk complex getal wordt voorgesteld door de vector die naar verplaatst? En die van naar wijst? Druk je antwoorden uit in en .
Neem het plaatje hiernaast over en teken hierin (als punten) de complexe getallen , , , .
Druk het getal dat midden tussen en ligt uit in en .
Wat merk je op over de ligging van de complexe getallen , waarbij alle mogelijke reële waarden aanneemt?
Het getal ligt op het verbindingslijnstuk van en zó, dat het twee keer zo ver van als van ligt, zie plaatje.
Druk uit in en .
We bekijken alle complexe getallen , waarbij alle mogelijke reële waarden aanneemt.
Wat kun je zeggen over de ligging van die complexe getallen?
Wat kun je zeggen over de ligging als ?
Gegeven twee complexe getallen en .
Voor het getal geldt: . Dan ligt
op lijnstuk .
Bereken .
, dus uit de onderdelen f en g van opgave 42 volgt:
Stelling
Gegeven twee complexe getallen en .
De complexe getallen met en reëel en
vormen de lijn door en .
Voor en
(en ) krijg je de punten op het lijnstuk
met eindpunten en .
We noemen een
parametervoorstelling (pv) van de lijn door
en , dat wil zeggen:
als je voor alle mogelijke reële getallen neemt, dan vormen de
complexe getallen precies de lijn door de punten
en .
Een andere pv van de lijn door en is dus
, met
en reëel en
.
Een zwaartelijn in een driehoek is een lijn door een hoekpunt en het midden van de tegenoverliggende zijde.
In de figuur hiernaast is het midden van zijde .
Lijn is de zwaartelijn uit
van driehoek .
Gegeven is een driehoek . De complexe getallen bij de hoekpunten van de driehoek zijn , en . Het midden van het verbindingslijnstuk van en is en het complexe getal dat bij hoort is .
Druk uit in en .
Toon aan dat op de zwaartelijn vanuit ligt.
Schrijf zonder haakjes, zo eenvoudig mogelijk.
Hoe zie je met behulp van onderdeel c dat ook op de andere zwaartelijnen van driehoek ligt?
Het bij horende punt is .
Bereken .
We hebben nu de volgende stelling bewezen. (In vwo5 wiskunde b heb je deze stelling ook al bewezen.)
Stelling
De zwaartelijnen van een driehoek gaan door één
punt. Dat punt heet het zwaartepunt van de
driehoek. Het zwaartepunt ligt twee keer zo ver van
een hoekpunt als van het midden van de tegenoverliggende
zijde.
Teken een willekeurige vierhoek.
Teken het verbindingslijnstuk van de middens van de
diagonalen van de vierhoek en de twee medianen van de
vierhoek (een mediaan verbindt de middens van twee
tegenover elkaar liggende zijden).
Het snijpunt van medianen ligt op het verbindingslijnstuk van de middens van de diagonalen.
Bewijs dat.
Teken een getal in het complexe vlak. Teken hierbij het getal en .
Wat kun je zeggen over de vierhoek met hoekpunten: , , en ?
Hieronder links zijn twee vierkanten getekend met een gemeenschappelijk hoekpunt. Twee hoekpunten van het kleine vierkant zijn verbonden met twee hoekpunten van het grote vierkant, zie het plaatje hieronder.
De verbindingslijnstukken zijn even lang en staan
loodrecht op elkaar. Je kunt een bewijs geven met
congruentie.
Het kan ook met complexe getallen. Dat gebeurt nu.
Kies het getal in het gemeenschappelijke hoekpunt
van de vierkanten en de getallen en
als in het plaatje hierboven rechts.
Druk de getallen bij de start- en eindpunten van de pijlen uit in en .
Welke getal hoort dus bij pijl 1? En welk getal bij pijl 2?
In de tekening kun je ‘zien’ dat .
Reken na dat dat juist is.
Waarom heb je het bewijs nu gegeven?
Een Sangaku uit Pythagoras
In Pythagoras, jaargang 48, nummer 5 staat de volgende
Sangaku op de achterkant.
De Sangaku is ontworpen door Hans van Lint, de winnaar van de
NWD-sangakuwedstrijd 2009.
Een Sangaku beeldt zonder woorden een stelling uit. De
kunst is om uit het diagram af te leiden welke stelling dat
is en die te bewijzen.
Welke stelling?
Hiernaast is het parallellogram in het midden van de sangaku getekend. We kiezen de getallen , en als in het plaatje hiernaast.
Laat zien dat één van middens van de vierkanten op de zijden van het parallellogram is.
Druk de middens van de andere vierkanten ook in en uit.
Bewijs de stelling.
De stelling van Van Aubel
Op de zijden van een willekeurige vierhoek zijn vierkanten
gezet. De middens van de vierkanten op tegenover
elkaar liggende zijden worden met elkaar verbonden,
zie plaatje.
De verbindingslijnstukken zijn even lang en staan loodrecht
op elkaar.
De stelling is genoemd naar Henricus Hubertus van Aubel (geboren
op 20 november 1830 te Maastricht; overleden op 3 februari 1906 te
Antwerpen), oa. leraar wiskunde aan het Koninklijk Atheneum van
Antwerpen. Bron Wikipedia
We gaan de stelling bewijzen.
We geven de hoekpunten van de vierhoek en de middens
van de vierkanten namen, zie het plaatje hiernaast.
Druk , , en in , , en .
Druk nu en uit in , , en .
Bewijs de stelling.
De stelling van Bottema
en zijn twee punten in het vlak. We kiezen een punt
.
Op de lijnstukken en
worden vierkanten gezet, zie plaatje.
Het hoekpunt tegenover van het ene vierkant
wordt verbonden met het hoekpunt tegenover van het
andere vierkant. Het midden van het verbindingslijnstuk
noemen we .
De plaats van hangt niet van af.
Dit kun je mooi zien in een
applet
.
Misschien kun je zo’n applet zelf wel maken.
Bewijs de stelling.
De rechte van Euler
Teken een willekeurige driehoek, met het hoogtepunt, het zwaartepunt en het middelpunt van de omgeschreven cirkel van de driehoek.
Het lijkt wel of de drie punten op één lijn liggen. Dit gaan
we in het volgende bewijzen. De lijn door de drie punten
heet de rechte van Euler. Je kunt dit mooi zien in de volgende
applet
.
We kiezen het middelpunt van de omgeschreven cirkel
als de oorsprong van het complexe vlak. Noem de hoekpunten
van de driehoek ,
en
.
Stel .
Waarom staat de verbindingslijn van met loodrecht op ?
Leg uit dat hieruit volgt dat de lijn die met verbindt, loodrecht op staat.
Hoe volgt nu dat bij het hoogtepunt van driehoek hoort?
Het hoogtepunt van driehoek noemen we en het zwaartepunt .
Hoe volgt dat de punten , en op een lijn liggen en dat ?
Gegeven is een koordenvierhoek .
Dan is de vierhoek met als hoekpunten de
hoogtepunten van de driehoeken ,
,
en
congruent met vierhoek .
We bewijzen de stelling in deze opgave.
Als oorsprong
nemen we het middelpunt van de omgeschreven cirkel
van de vierhoek.
Druk de complexe getallen bij die hoogtepunten uit in , , en .
Bewijs de stelling.
Stelling
Gegeven is een vierhoek .
Dan vormen de zwaartepunten van de driehoeken
,
,
en
een vierhoek die gelijkvormig is met vierhoek .
Bewijs de stelling en bepaal de bijbehorende vergrotingsfactor.
In de voorgaande bewijzen werd vaak gebruik gemaakt
van de draaiing over , dus in de complexe getallen met
de vermenigvuldiging met . In de laatste opgaven heb je
de draaiing over nodig, dus vermenigvuldigen met , zie ook
opgave 24.
Hierover gaat de volgende opgave, die voor een deel herhaling is.
Gegeven het getal , zie opgave 24.
Laat zien de getallen , , , , in het complexe vlak hoekpunten van een regelmatige zeshoek op de eenheidscirkel zijn.
Wat stelt vermenigvuldigen met meetkundig voor?
Leg uit dat .
Druk en uit in zonder machten van te gebruiken.
is als in opgave 53 en een willekeurig complex getal .
Teken de driehoek met hoekpunten , en .
Welke bijzonderheid heeft deze driehoek?
Welk punt krijg je als je spiegelt in de lijn door de punten en ? Druk je antwoord uit in en .
Gegeven de getallen en . Er zijn twee getallen zodat driehoek gelijkzijdig is.
Druk uit in , en .
De driehoeken en in de figuur hieronder zijn gelijkzijdig.
Toon met een berekening met complexe getallen aan: De lijnen en snijden elkaar onder een hoek van en de lijnstukken en zijn even lang.
De stelling van Napoleon
is een willekeurige driehoek. De driehoeken ,
en
zijn gelijkzijdig met zwaartepunten
,
en
.
Dan is driehoek gelijkzijdig.
Bewijs de stelling met een berekening met complexe getallen.